Tekkel.png

Ons onderwijs

Leren in de Tussenruimte

‘Leren in de tussenruimte’ maakt van school een plek die midden in de samenleving staat. De leeromgeving is een vertaling van de diverse en veranderende wereld waarin wij leven.  

Zo kan een project over identiteit in een kapsalon plaatsvinden. Kan een ouder een pop-up restaurant beginnen waar de leerlingen pesto maken van onkruid uit de buurt. Of wordt er met een architect, milieudeskundige, bouwonderneming en afvalbedrijf gewerkt aan een ontwerp van een woonwijk in de stad waarvoor producten en grondstoffen worden hergebruikt.

De school als tussenruimte is het tegendeel van kinderen afzonderen  van de maatschappij. Op Klein Amsterdam ben je als kind juist verbonden en in interactie met de wereld om je heen. Zo is er ruimte voor experiment, maar wel in de beschermde omgeving die je nodig hebt, waar je zo veel mogelijk kunt leren.


Onderwijspartners en ouders

Om te kunnen ‘leren in de tussenruimte’ ontwikkelen wij samen met mensen van binnen en buiten een onderwijsprogramma. Daarvoor gaan wij ook intensieve, duurzame en vernieuwende samenwerkingen aan. Dat doen we met partners uit allerlei sectoren. Denk aan kunst, zorg, natuur, technologie en energie. Met ondernemers in het MKB, creatieve start ups, maatschappelijke organisaties en kenniscentra.

Zo co-creëren wij bijvoorbeeld met NEMO SCIENCE CENTER een leerlijn: Maakkunde voor de kleuters om wetenschap en technologie verder te ontwikkelen. Met de experts van NEMO kijken we hoe we technologie  en onderzoekend leren kunnen inpassen in projecten. Samen met NEMO zijn we ook een onderdeel van het leernetwerk ‘Open Schooling for Open Society’. Dit betekent dat we kennis delen met andere scholen in Nederland en daarbuiten op het gebied van leren met en van de maatschappij.

Ook ouders zien we als onderwijspartners. Ouders brengen veel van de wijk, en de stad naar de tussenruimte die Klein Amsterdam is. De betrokkenheid van ouders speelt op drie terreinen: bij allerlei hand- en spandiensten, op bestuurlijk gebied, en wat ons vooral bijzonder maakt, in educatief partnerschap. Het gezin, de buurt, het werk en het netwerk zien we als  waardevolle partnerschappen om onderwijs te ontwikkelen.


Ontwikkelingslijnen

Leren is een gevolg van denken. Daarom maken we kinderen bewust van hun denkproces. Zo werken we aan een denkcultuur. We gebruiken hierbij de aanpak van ‘Design Thinking’ om kinderen hun ideeën te laten vinden en ontwikkelen. Hierbij gaan we uit van 5 fasen in ‘het ontwerpproces’:

1. Onderzoek: ‘Ik heb een uitdaging. Hoe benader ik deze?’

2. Interpretatie: ‘Ik heb iets geleerd. Hoe verklaar ik dit?’

3. Ideegeneratie: ‘Ik zie een kans. Wat creëer ik?’

4. Experiment: ‘Ik heb een idee. Hoe realiseer ik dit?’

5. Evolutie (of Ontwikkeling): ‘Ik heb iets geprobeerd. Hoe maak ik dit?’

We zetten hiervoor alle mogelijkheden in die de kwaliteit van het denken en van de interacties voor de leerlingen verbeteren. 
De design-thinkingaanpak hanteren we ook in bij het vinden en ontwikkelen van ideeën ten behoeve van ons onderwijsprogramma, het leren, de schoolorganisatie en de gemeenschap van Klein Amsterdam.

Iedereen ontwikkelt voortdurend kennis, competenties en talenten en  doet dat in een eigen tempo en op diverse wijzen. Dat kan per interessegebied verschillen. Om die reden nemen wij per kind de ontwikkelingslijnen als uitgangspunt. In overleg met de leerling en de ouders en verzorgers, wordt een gebalanceerde ‘maatwerkroute’ per leerling samengesteld. In horizontale en verticale groepen werken leerlingen aan kennisdomeinen en competenties die zijn gebaseerd op sectoren en beroepen in de maatschappij. Deze worden vormgegeven aan de hand van de ‘kennislijnen en competentielijnen’ in themaprojecten en sluiten aan op de verplichte vakken en kerndoelen die door de overheid zijn vastgesteld. Deze projecten (uitgewerkt in ‘leerroutes’ per groep(en)) staan vast voor het hele jaar en worden op basis van de actualiteit verder verrijkt. Daarbij gaan we uit van het zogenaamde  ‘T-denken’ voor de leerlingen: zowel verbreding als verdieping van de kennis.

Klein Amsterdam leert kinderen het volgende zijn:

  1. Creatieve Ruimdenkers: Staan open en hebben respect voor verschillende en nieuwe ideeën, culturen en gewoonten. Gunnen anderen ruimte. Nemen initiatieven en gebruiken leerstrategieën om hun eigen leren vooruit te brengen.
  2. Nieuwsgierige Verbinders: Zijn geïnteresseerd en geboeid. Luisteren naar diverse perspectieven en hebben goede relaties met anderen en hun omgeving. Zijn hulpvaardig en werken samen om een beter resultaat te verkrijgen. Onderzoeken en pakken onderwerpen integraal aan. Beheersen de kunst van het vragen stellen. Hebben inzicht en zijn een effectieve communicator.
  3. Vastberaden Verbeelders: Zijn taal- en rekenvaardig en digitaal geletterd. Passen denk- en leerprocessen toe in alle leergebieden. Gebruiken initiatieven en leerstrategieën om hun eigen leren vorm te geven. Blijven proberen en lossen problemen op.
  4. Flexibele Doorzetters: Zijn comfortabel om oncomfortabel te zijn in hun leerproces. Kunnen met uitdagingen en tegenslagen omgaan. Hebben een sterk identiteitsgevoel, blijven groeien en het beste uit zichzelf halen.
  5. Moedige Denkers & Doeners: Denken creatief, kritisch en reflectief. Nemen verantwoordelijkheid voor hun eigen leren en handelen. Herkennen hun sterke en zwakke kanten. Initiëren positieve veranderingen. Ondernemen acties om hun interesses en talenten na te streven en ontplooien.

Voor de leerlingen op onze school zal het doel van een taak niet het simpel ontvangen van een cijfer zijn, maar te leren het beste werk te maken wat hij/zij kan. De waardering voor de leerling ligt in het bereiken van het best mogelijke, ieder naar eigen vermogen.